Arbeidsongeschikte uitzendkrachten en werkzoekenden (vangnetters) die re-integreren met behulp van de participatieve werkmethode komen gemiddeld 138 dagen sneller aan het werk dan vangnetters die dat niet doen. Ook krijgt iets meer dan de helft van de vangnetters met een door UWV gesubsidieerde werkervaringsplek na afloop van de re-integratie een arbeidsovereenkomst. UWV-verzekeringsarts Sylvia Vermeulen deed vanuit de sociale geneeskunde VUmc onderzoek in opdracht van het Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde. Zij promoveert 27 juni bij VU medisch centrum.
Voor vangnetters is het moeilijk het werk te hervatten. Zij hebben geen werkplek (meer) die aangepast kan worden aan hun beperkingen en hebben vaak een minder stabiel arbeidsverleden. Ook ervaren zij hun gezondheid in de meeste gevallen als slecht en zien zij meer belemmeringen voor werkhervatting. Vangnetters zijn daardoor een kwetsbare groep waarbij herstel en terugkeer naar werk meer tijd kost.
Om de kansen op terugkeer naar werk voor deze groep te vergroten heeft Vermeulen de, voor werknemers met baan reeds effectief gebleken, participatieve werkmethode aangepast aan vangnetters. De methode betrekt vangnetters actief bij hun re-integratieproces. Dat bestaat uit het maken van een plan van aanpak samen met een arbeidsdeskundige van UWV en een procesbegeleider. In dat plan worden alle knelpunten en kansen voor re-integratie in kaart gebracht. Vervolgens worden oplossingen gezocht en in samenwerking met uitzendbureaus en re-integratiebureaus passende werkervaringsplekken aangeboden.
Vermeulen onderzocht de gevolgen van de inzet van deze methode voor vangnetters met klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat en met een verzuimduur van twee tot acht weken. De vervroegde terugkeer naar werk levert een economisch voordeel op van gemiddeld 2.100 euro per vangnetter.