Angst, aangrijpende verhalen en samen sterk. Tijdelijk bijspringen op de IC of covid-unit blijf je altijd onthouden. In deze blog vertelt verpleegkundig specialist Jeltje over haar ervaringen

Half maart sloten ook de poliklinieken van Amsterdam UMC hun deuren vanwege het corona virus en werden afspraken afgezegd. Alle medewerkers die thuis konden blijven, moesten thuis werken. Zo ook verpleegkundig specialist Jeltje, bij wie het na een week begon te kriebelen: “Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om in deze crisis thuis te zitten. Ik wilde helpen waar ik kon, ik ben tenslotte niet voor niets verpleegkundige geworden”. En zo stond ze ineens na 15 jaar weer aan het bed op één van de speciale covid-afdelingen.

Stilte in het ziekenhuis

“In het ziekenhuis was een stilte die ik nog nooit had meegemaakt. De gangen en pleinen waren leeg en afdelingen waren gesloten of verplaatst om ruimte te maken voor de covid-zorg”, vertelt Jeltje. Na een korte epic training en herhaling van de voorbehouden en risicovolle handelingen in het skills lab, ging ze aan de slag op een van de covid-afdelingen. “Dat was wel even wennen, ik voelde me soms net een stagiaire. Je kent de weg op de afdeling niet, je weet niet waar je moet beginnen en ook de collega’s zijn allemaal nieuw”. Toch probeert iedereen elkaar te helpen en de patiënten de best mogelijke zorg te geven. “Het was roeien met de riemen die we hadden. Natuurlijk gaat er dan weleens iets fout, maar iedereen had respect voor elkaar ondanks de hoge werkdruk. Ook na een dienst kwam het team nog even bij elkaar om de dag door te spreken”.

Angst

Het werken op de covid-afdeling heeft veel indruk op Jeltje gemaakt: “De angst in de ogen van patiënten die net gehoord hadden dat ze positief getest zijn, zal ik echt nooit vergeten. Het is een nieuwe ziekte, niemand kent het en er zijn geen vaccinaties of medicijnen tegen. Op tv, maar ook tijdens gesprekken met collega’s en vrienden, ging het alleen maar over de impact van het virus. Die onzekerheid maakte mij in het begin ook bang”. Haar hoofd leegmaken deed ze op de fiets terug naar huis: “Dat gaf mij weer wat ontspanning. Als ik thuis kwam was mijn lieve vriend vaak al aan het koken en kreeg ik een kopje thee. Veel vrienden van mij zitten ook in de zorg, dus daar kon ik ook goed mee praten”.

Hand vasthouden

Veel patiënten zijn haar bijgebleven, vooral de eenzaamheid greep haar soms aan. “Er was een erg zieke man die in isolatie lag. Hij had nauwelijks genoeg kracht om te praten en ademde heel zwaar. Ik had hem net gewassen en wat rechter op in bed gelegd. Toen ik hem vertelde dat ik weg ging en later terug zou komen, pakte hij mijn hand. Ik vroeg of ik nog iets voor hem kon doen, hij schudde zijn hoofd, maar bleef mijn hand wel vasthouden. Op de vraag of hij wilde dat ik nog even bleef knikte hij. Ik heb er toen een stoel bij gepakt en ben een tijdje bij hem blijven zitten. Meneer is een dag later overleden”.

Saamhorigheid

“De grote bereidheid van (oud) zorgverleners om extra en flexibel te werken vind ik echt geweldig. Ik ben enorm onder de indruk van de saamhorigheid en de gedrevenheid, niet alleen van de verpleegkundigen, maar van iedereen in Amsterdam UMC. We gaan deze klus met z’n allen aan en het heeft goed gewerkt”. Inmiddels werkt Jeltje weer op haar eigen afdeling: “Vanaf mei zijn de poli’s weer voor 30% open en zijn mijn eigen werkzaamheden ook weer begonnen”. Haar laatste dag voor de covid-zorg was op een afdeling met o.a. post-covid patiënten. “Dat was een mooi afscheid van deze hectische periode, omdat ik zag dat ook veel mensen weer langzaam beter worden”.