Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan Amsterdam UMC, locatie VUmc. Onlang schreef hij een column over de jeugd van tegenwoordig.  In de collegezaal zijn de studenten gespannen en onrustig. Ze willen alles goed doen, niks missen.

Jeroen Geurts

Ik ben weer begonnen met studeren. Leuk man! In de avonduren volg ik zoveel mogelijk colleges; kijk er de hele dag naar uit. Na een dag vol vergaderingen, strategiesessies en begrotingen, kan ik twee uurtjes lang maximaal zen de diepte in over filosofie en bio-ethiek. Ik zet mijn tanden in breinbrekers op de grens van het medische en het ethische. Onderwerpen als gene editing en designer babies. Maar ook het eeuwenoude mind-body problem: hoe kan het toch dat anderhalve kilo grijze massa zoiets ingewikkelds als de menselijke geest fabriceert? Terwijl grootheden als Aristoteles en Descartes voorbij komen droom ik weg en heb ik even geen hoger doel dan het volgen van mijn neus.

Soms onderbreek ik mijn dagdroom kort. Dan kijk ik naar collega-studenten. Allemaal een jaar of twintig, tweeëntwintig. Allemaal zeer serieus. Laptopje voor zich, rug recht. Ik luister naar het zachte tikketikketik, de informatietechnologische vertaling van hun ijverige geest. Zijn zij net zo gelukkig als ik op dit moment, vraag ik me af, terwijl we samen luisteren naar verfijnde stellingen van grootse denkers? Tikketikketikketik. Als het woord ‘tentamen’ voorafgaat aan een zin dan zwelt het tikken even drastisch aan, als een golf die over de zaal stroomt. Geen aanwijzing wordt gemist.

Gespannen en onrustig

Maar hoe langer ik kijk, des te meer krijg ik de indruk dat ze niet zo gelukkig zijn. Ze zijn gespannen, mijn medestudenten. Onrustig. Ze willen alles goed doen, niks missen. Ze willen niet verdwalen in een moeilijk onderwerp. En verdwalen in iets moeilijks is nou juist zo leerzaam! Op hun Macbook Airs staat internet open, en artikelen, Facebook en WhatsApp Messenger. Vlak voor mij wordt gezocht naar de betekenis van de term ‘substantie’ bij Descartes, terwijl er ook een digitaal gesprek wordt gevoerd met iemand over een derde met wie het niet goed gaat. Niet zo zen…

De Volksgezondheid Toekomst Verkenning van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu kopte onlangs dat „de mentale druk op jongeren lijkt toe te nemen”. De Verkenning verschijnt elke vier jaar en de meest recente maakt zich zorgen over onze jeugd. „Er zijn […] signalen dat er nieuwe ontwikkelingen zijn die de psychische gezondheid van vooral jongeren en jongvolwassenen beïnvloeden, zoals toenemende prestatiedruk en de steeds grotere rol van technologie in het dagelijkse leven, met name social media.” Studentpsychologen krijgen steeds meer complexe geestelijke problematiek voor hun neus en moeten steeds vaker doorverwijzen naar de huisarts of de ggz.

Werken naast de studie

Volgens de RIVM-analyse kan de druk deels verklaard worden doordat meer jongeren tegenwoordig naast hun studie moeten werken om rond te komen. En doordat de prestatiedruk is toegenomen nu studieadviezen vaker bindend zijn. Studenten hebben het gevoel dat ze méér moeten kunnen, méér moeten doen, in minder tijd. Fear of missing out, FOMO in het kort, wordt genoemd. Dat is een Amerikaans fenomeen dat langzaamaan overwaait naar Europa. Jongeren maken zich zorgen dat ze de boot van het leven missen en houden daarom nauwlettend andermans positieve levenservaringen in de gaten op Instagram.

In de koffiepauze leer ik dat de meeste studenten twee masterprogramma’s volgen. Buiten ons programma nog een ander dus, zoals neurowetenschappen of rechten of geneeskunde. „Waarom dan?” vraag ik. „Goed voor mijn cv”, zeggen ze. Niemand zegt: puur voor de lol. Dat boeit me. Was ik twintig jaar geleden toen ik voor het eerst studeerde ook zo? Ik was natuurlijk ook wel bezig met mijn toekomst. Maar het leven was simpeler toen. Het was duidelijker wat me te doen stond. Er waren minder keuzes. Minder studies. Minder studenten. De concurrentie die de huidige generatie voelt, voelde ik toen niet zo zeer.

‘Numerus fixus!’ roepen sommigen. ‘Zorg voor minder competitie op de arbeidsmarkt!’ Maar dat is te simpel. De Verkenning en allerlei recente krantenkoppen schetsen een beeld van een nerveuze, eenzame generatie. Dat ontstaat al eerder, want jongeren ervaren op de middelbare school al stress. Door overmatig digitaal verkeer ontstaat slaapgebrek, sociale isolatie en verzuim. Slaapgebrek is een recept voor verstoorde emotieregulatie.

Verschuilen achter beeldscherm

Er is iets gaande wat we nog niet goed genoeg begrijpen. Onze jeugd is paradoxaal op zoek naar connectie wanneer ze zich verschuilen achter een scherm. Geen wonder dat ze niet kunnen genieten van Plato; ze hebben al zoveel aan hun hoofd.

En dan volgt er iets wat ik niet snap: „Virtual reality en e-health programma’s kunnen worden ingezet voor de behandeling van psychische klachten.” Ja, dat kan vast. Heel fancy en modern. Maar aan die koffieautomaat ontdek ik iets anders: even praten werkt ook. Als ouwe rot ben ik al snel een beetje coach. Kies voor één of twee dingen, adviseer ik. Doe die dingen écht goed. Kwantiteit is mooi, maar kwaliteit is beter. En zet die apps toch even uit. Geniet van je les. Even zie ik ze ontspannen, mijn medestudenten. Ze lachen om mijn gekke ouderwetsigheid.

En ik denk: good old human interaction. Daar kan voorlopig geen computer tegenop.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 15 juni 2019