In Amsterdam UMC hebben we veel verpleegkundig talent rondlopen. Deze week het verhaal van Carola McDonald over ambities, doorleren en bevlogen blijven.

Aanvankelijk wilde Carola politieagent worden, maar toen ze van de mavo kwam was ze daar nog te jong voor. Haar jongste zus riep altijd dat ze verpleegkundige wilde worden en dat leek Carola ook wel wat. Zij en haar zussen kenden het ziekenhuis op hun duimpje; hun vader werkte tientallen jaren bij de technische dienst van VUmc en nam af en toe een van zijn dochters mee. Carola schreef een sollicitatiebrief en mede dankzij ‘een goed woordje’ van haar vader werd ze uitgenodigd voor een interview in 1990. “Toen werd ik pas echt enthousiast,” herinnert Carola zich. “De mensen die me het gesprek afnamen, inspireerden me echt. In maart 1990 ben ik met de opleiding begonnen, die toen drieënhalf jaar duurde.”

Kinderneurologie

Zoals vaker gebeurt bij artsen en verpleegkundigen viel ook bij Carola het kwartje tijdens de stages. “Op de kinderafdeling wist ik meteen: Dit is het! Er was na mijn opleiding niet meteen plek op de kinderafdeling, dus ik ben eerst bij de interne geneeskunde gaan werken. Geen slechte keuze, bleek achteraf, want ik heb daar heel veel geleerd. In 1994 ben ik de kinderaantekening gaan doen en toen ik een jaar later klaar was, koos ik voor de kinderneurologie. Dat was het specialisme dat me het meeste aansprak. Ik vind het vooral leuk omdat het vaak erg complex is, dat ligt mij goed.

Verder specialiseren

Inmiddels was de ambitie van Carola flink gegroeid. “Na een jaar of vier wilde ik eigenlijk wel hoofd worden,” blikt ze lachend terug. “Samen met een collega werkte ik een tijdje als ad-interimhoofd en dat beviel erg goed. Maar toen werd ik zwanger van mijn eerste kind en wilde ik me even richten op het moederschap. Daarom ben ik op dat moment niet gestart met de – vrij pittige – kaderopleiding.” Toch bleef het knagen bij Carola: ze wilde zich graag verder specialiseren en nog meer leren. Ze had toen al veel te maken met kinderen met spina bifida. Deze groep patiënten had enige tijd geen eigen coördinator, een functie die meestal werd vervuld door een kinderarts. Carola ervaarde dat als een gemis. Ze stapte naar de neuroloog en opperde de functie te laten invullen door een kinderverpleegkundige. “Hoe zie je dat voor je? Schrijf maar een profiel,” was het antwoord.

Nieuwe functie creëren

“Zo zat ik na te denken over mijn eigen functieprofiel,” vertelt Carola. “In het Erasmus MC werd deze functie al ingevuld door een kinderverpleegkundige, dus ik heb onder meer contact opgenomen met haar. Maar zelf had ik ook wel een goed beeld van de taakomschrijving. De zorg voor kinderen met spina bifida is heel complex omdat ze met veel specialismen te maken krijgen. Naast de neuroloog ook met een revalidatiearts, een uroloog, nefroloog, psycholoog en een maatschappelijk werker. Een coördinator is dus geen overbodige luxe. Wat overigens wel leuk is: naar aanleiding hiervan heeft ook Maastricht UMC deze functie zo ingevuld. Inmiddels zijn er een stuk of vijf spina bifida-coördinatoren in Nederland.” Carola moest overigens wel gewoon op de functie solliciteren. In 2001 startte ze als de eerste Kinderverpleegkundig consulent spina bifida in VUmc.

“Dit is echt mijn ding”

In het begin was het nog even zoeken naar de juiste balans. “Eerst werkte ik twee dagen als coördinator, terwijl ik daarnaast mijn diensten draaide. Dat bleek al snel te veel en bovendien: je hebt twee petten op, dat is moeilijk. Ik ben me meer en meer gaan richten op de rol van coördinator. Ik kon in die tijd mijn uren aanvullen als consulent door een continentieverpleegkundige te helpen, want zij had veel op haar bordje. Ondertussen heb ik nog twee opleidingen gevolgd: de continentie-opleiding en de stoma-opleiding.” Het meisje dat eerst niet zo goed was op school ontpopte zich tot een vrouw die het ene diploma na het andere haalt en bovendien nooit meer een onvoldoende scoort. “Ik heb de smaak gewoon helemaal te pakken, want dit is echt mijn ding.”

Een master? Ik?

Dat zag ook de hoofdverpleegkundige van Carola. “Waarom ga je geen master doen?” Voor Carola was dat aanvankelijk een brug te ver. “Ik dacht dat ik dat niet zou kunnen. Ik heb drie keer nee gezegd, maar uiteindelijk dacht ik: waarom niet? Vanwege mijn vooropleiding moest ik eerst een assessment doen. Dan word je een hele dag gedrild; je krijgt rekensommen, rollengesprekken, je moet driehonderd vragen beantwoorden… Aan het eind van de dag komt er een besluit of je mag deelnemen aan de opleiding. Vreselijk vond ik het, want het is toch een momentopname. Gelukkig kwam ik erdoor en mocht ik me inschrijven. Dat kon pas een jaar later, in september 2017. Sinds september 2019 mag ik me Verpleegkundig Specialist, Master of Science (MSc) noemen.” Carola is trots, maar is ze ook klaar? “Ik zit na te denken over promoveren. Alles kan!”

Nog steeds bevlogen

Hoe blijf je bevlogen? Carola: “Door uitdagingen te blijven zien. Door het samengaan van de afdelingen moet ik voor mijn werk in het spina bifida-team nu bijvoorbeeld regelmatig op beide locaties zijn. Dat is soms lastig, maar ik kan het ook zien als een uitdaging omdat het je blikveld weer breder maakt. Ik heb van mijn werkgever altijd kansen gekregen om verder te komen en er is altijd naar mijn ambities geluisterd. Daar ben ik enorm dankbaar voor. Ik wil ook in de nieuwe situatie een waardevolle bijdrage leveren.”

Heeft het verhaal van Carola jou geïnspireerd?