Als programmaleider heeft Anton Horrevoets in slechts een jaar tijd de bacheloropleiding van VUmc vernieuwd. Vanaf september 2015 gaat deze van start. Hoe kreeg hij dat voor elkaar en hoe kijkt hij erop terug?

Anton Horrevoets werd in september 2013 programmaleider bachelor van VUmc als vervolg op zijn functie als semestercoördinator. En náást zijn hoogleraarschap in de medische biochemie. “Vanwege twee wetswijzigingen en de nieuwe richtlijnen van het college van bestuur, bleek het meer werk te zijn dan een programmaleider normaal gesproken doet. Ik had opeens twee fulltime-banen, naast nog wat andere functies. Dus ja, het was wel een beetje lastig met 60 tot 80 uur per week werken”, grinnikt hij.

Waarom moet de bachelor worden vernieuwd?
“Het college van bestuur wil meer uniformering aanbrengen in alle bacheloropleidingen van de VU. Iedereen had voorheen zo z’n eigen programma en eigenaardigheden; dat wordt nu gestroomlijnd. Er komt een major-minorsysteem. Binnen de ‘major’, de hoofdopleiding, wordt het eerste semester van het derde jaar ‘minor’. Daarin krijgen studenten de keuze om ook in een ander vakgebied onderwijs te volgen, bijvoorbeeld bewegingswetenschappen, economie of rechten. Ook kunnen zij in Europa studeren. Dat biedt hen een kans op een unieke internationale ervaring en een internationaal netwerk.
“Verder moeten, vanwege de wetswijzigingen, de master en bachelor worden losgekoppeld. De bachelor wordt een eerste einddiploma met de nieuwe eindtermen van het ministerie van OCW, waaronder voldoende academisering en een volwaardige eindscriptie. Uiteraard geeft onze bachelor ook straks toegang tot de master, maar formeel kun je dan voor de master selecteren. Studenten zullen niet meer zoals voorheen automatisch naar de doorstroommaster gaan.”

Op welke manier heb je het aangepakt?
“In december 2013 begon ik met draagvlak creëren en mensen erbij betrekken. Begin dit jaar stelde ik acht werkgroepen in met meer dan vijftig docenten die goed gingen nadenken over de verschillende onderdelen van het programma. In juni heb ik al hun adviezen bij elkaar gevoegd, op een aantal punten knopen doorgehakt en alles vertaald naar een eerste blauwdruk, een programma op hoofdlijnen. Daarna zijn nieuwe werkgroepen samengesteld die het programma nu in detail invullen: op welke momenten welke hoorcolleges en practica, waar komen lichamelijk onderzoek en medische consultvoering, etc. Inmiddels zijn we beland bij het opleidings- en examenreglement.”

Wat was je insteek?
“Om dit samen te doen. Het moest vooral niet iets worden dat van bovenaf is opgelegd. Ik heb geprobeerd er vanaf het begin iedereen bij te betrekken: afdelingshoofden, leerstoelhouders, praticumleiders, semester- en cursuscoördinatoren, de opleidings- en examencommissie, de bachelorraad en studentenraad… In totaal zo’n tweehonderd mensen. Voor iedereen heeft deze aanpassing impact. En iedereen wil gehoord worden. Mijn taak is daar zo goed mogelijk doorheen te laveren, rekening te houden met ieders belangen, zo nodig een knoop door te hakken, de planning te bewaken en het einddoel bij iedereen op het netvlies te houden: een betere bacheloropleiding.”

Hoe kijk je terug op deze periode?
“Positief, vanwege de enorme bereidwilligheid van mensen om mee te denken en te werken, het proces goed te laten verlopen en goede inhoudelijke input te geven. Wat me ook zal bijblijven zijn de sterke meningen van mensen. Soms moesten mensen zich neerleggen bij noodzakelijke aanpassingen, waar zij eerst het nut niet van inzagen. Dat gaf af en toe wat fricties. Maar zolang je maar blijft communiceren en toelichten waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en zolang iedereen de ambitie deelt om de beste bacheloropleiding van Nederland te maken, kom je er wel. Als het inderdaad het programma wordt zoals wij het voor ogen hebben – en de kans daarop is groot – zal ik met veel voldoening terugkijken op het hele proces.”